ECLI:NL:RBMAA:2011:BV6975
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Wöretshofer
- S.V. Pelsser
- W.F.J. Aalderink
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor dealen en bezit van heroïne en cocaïne met voorbereidingshandelingen
Op 19 mei 2011 werd verdachte betrapt op het verkopen van heroïne in Maastricht. Bij een politieonderzoek werden in zijn woning 4,6 gram heroïne, 0,6 gram cocaïne en 235,5 gram versnijdingsmiddelen aangetroffen. Verdachte gebruikte de versnijdingsmiddelen naar eigen zeggen om zijn eigen heroïne te verdunnen.
De rechtbank oordeelde dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan drie feiten: het dealen van heroïne, het bezit van heroïne en cocaïne, en het voorbereiden van de verkoop van harddrugs door het voorhanden hebben van versnijdingsmiddelen. De verdediging voerde aan dat artikel 10a Opiumwet niet van toepassing was op kleine straathandel, maar dit werd door de rechtbank verworpen.
Hoewel verdachte slechts geringe hoeveelheden verkocht en gebruikte, werd rekening gehouden met eerdere soortgelijke veroordelingen. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 4 weken op, met aftrek van voorarrest. Daarnaast werd een deel van het in beslag genomen geld verbeurd verklaard, terwijl andere goederen werden teruggegeven of aan het verkeer onttrokken.
De uitspraak benadrukt het belang van bestrijding van drugscriminaliteit, ook bij kleine hoeveelheden, en bevestigt dat het bezit van versnijdingsmiddelen kan duiden op voorbereidingshandelingen voor drugshandel.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 4 weken gevangenisstraf met aftrek van voorarrest voor dealen en bezit van heroïne en cocaïne en voorbereidingshandelingen.