ECLI:NL:RBMAA:2011:BU5858
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens het doen van valse aangifte van verkrachting en mishandeling
Verdachte deed tussen 7 en 19 juli 2010 in Maastricht valse aangifte van verkrachting en mishandeling, terwijl deze feiten niet hadden plaatsgevonden. Zij had een verkrachting en mishandeling in scène gezet en een persoon valselijk beschuldigd, wat leidde tot een kostbaar politieonderzoek.
De rechtbank oordeelde dat verdachte strafbaar was wegens het doen van een valse aangifte, maar hield rekening met haar psychische problemen en blanco strafblad. De verdediging voerde vormverzuimen aan, waaronder het niet geven van cautie en het ontbreken van een tolk, maar de rechtbank verwierp deze verweren als niet doorslaggevend. De bekennende verklaring na het alsnog geven van cautie werd als bewijs gebruikt.
De rechtbank legde een werkstraf van 240 uur op, waarvan 80 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en vervangende hechtenis van 120 dagen bij niet-nakoming. De straf weerspiegelt de ernst van het feit en de gevolgen voor politiecapaciteit en de woonomgeving van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur, waarvan 80 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, wegens het doen van een valse aangifte.