ECLI:NL:RBMAA:2011:BU5153
Rechtbank Maastricht
- Kort geding
- E.P. van Unen
- Rechtspraak.nl
Beperking en handhaving non-concurrentie- en relatiebeding in franchiseovereenkomst kinderergotherapie
EZL exploiteert een franchiseformule voor kinderergotherapie in Zuid-Limburg en sloot op 19 februari 2009 een franchiseovereenkomst met [gedaagde] voor vijf jaar, met daarin een non-concurrentie- en relatiebeding. [gedaagde] zegde de overeenkomst tussentijds op per 1 september 2011.
EZL vorderde in kort geding dat [gedaagde] wordt verboden binnen het rayon als kinderergotherapeut te werken en cliënten van andere franchisenemers te benaderen, met overdracht van cliëntendossiers. [gedaagde] betwistte de reikwijdte en redelijkheid van de bedingen en verzocht om schorsing van het non-concurrentiebeding voor de regio Parkstad.
De voorzieningenrechter oordeelde dat [gedaagde] bij het aangaan van de overeenkomst instemde met de bedingen en dat deze in beginsel voor de volledige looptijd gelden. Gezien het feit dat [gedaagde] al vanaf april 2011 haar cliënten had overgedragen en de samenwerking per september 2011 wilde beëindigen, werd de termijn van de verboden beperkt tot 6 juni 2012. De uitleg van het relatiebeding omvat ook verwijzers zoals huisartsen. Het beroep op redelijkheid en billijkheid om het beding te schorsen werd afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat [gedaagde] daardoor zonder inkomsten zou komen. De vordering tot overdracht van dossiers van uitbehandelde cliënten werd afgewezen vanwege wettelijke bewaarplicht.
De voorzieningenrechter legde een dwangsom op voor niet-naleving en compenseerde de proceskosten. De vordering in reconventie van [gedaagde] werd afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten daarvan.
Uitkomst: Non-concurrentie- en relatiebeding worden gehandhaafd met termijnbeperking tot 6 juni 2012, verzoek tot schorsing afgewezen, en overdracht dossiers van uitbehandelde cliënten geweigerd.