ECLI:NL:RBMAA:2011:BR6804
Rechtbank Maastricht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling en vaststelling materiële procespartij in civiele procedure over werkzaamheden hotelboot
In deze zaak stond centraal wie de werkelijke procespartij was in twee eerdere bodemprocedures waarin een niet-bestaande vennootschap als partij was opgevoerd. De eiseres, eigenaresse van een hotelboot, vorderde betaling van schadevergoeding en onverschuldigde betalingen van Horrichs Apparatenbouw B.V., die zij aanzag als de materiële partij achter de fictieve entiteit.
De rechtbank stelde vast dat de contractuele werkzaamheden en facturering daadwerkelijk door Horrichs Apparatenbouw B.V. waren uitgevoerd en dat deze vennootschap ook de werkelijke partij was die in de procedures had gehandeld. De vorderingen van eiseres werden dan ook toegewezen tegen deze vennootschap, inclusief een voorschot op schadevergoeding, rente en proceskosten.
De rechtbank wees het verweer van Horrichs Apparatenbouw B.V. af dat zij niet gebonden zou zijn aan het arrest van het hof omdat de vermeende spookpartij niet bestond. De voorzieningenrechter achtte het spoedeisend belang voldoende en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. De vordering tot betaling van € 30.000,- en overige bedragen werd toegewezen, terwijl overige vorderingen werden afgewezen.
Uitkomst: Horrichs Apparatenbouw B.V. wordt veroordeeld tot betaling van € 30.000,- voorschot, overige bedragen en proceskosten aan eiseres.