ECLI:NL:RBMAA:2011:BR6734
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen sluiting horeca-inrichting wegens ontbreken vergunning
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen besluiten van de burgemeester van Heerlen die een last onder bestuursdwang oplegden om hun horeca-inrichting te sluiten vanwege het ontbreken van een horeca-exploitatievergunning. De voorzieningenrechter oordeelt dat aan de formele vereisten voor het treffen van een voorlopige voorziening is voldaan en dat sprake is van onverwijlde spoed, vooral voor verzoeker sub 1 die weinig financiële reserves heeft.
De burgemeester heeft de bevoegdheid om de last op te leggen, maar er is geen concreet uitzicht op legalisatie omdat op het moment van de besluiten nog geen vergunningaanvraag was ingediend. Wel is een aanvraag gedaan na de besluiten, maar de weigering van een ontheffing op grond van de Leefmilieuverordening maakt vergunningverlening waarschijnlijk onmogelijk.
Verzoekers beroepen zich op het gelijkheidsbeginsel omdat de vorige exploitant destijds werd gedoogd tijdens een vergunningaanvraag, terwijl nu direct wordt gehandhaafd. De voorzieningenrechter stelt vast dat de burgemeester dit onvoldoende heeft gemotiveerd en dat het bezwaar kans van slagen heeft.
Daarom worden de besluiten geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De besluiten tot sluiting van de horeca-inrichting worden geschorst en de voorlopige voorziening wordt toegewezen.