ECLI:NL:RBMAA:2011:BR2563
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.P.J. Quaedackers
- J.S. Holthuis
- M.B. Bax
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor gewoonte van witwassen via bankrekeningen
De rechtbank Maastricht heeft op 26 juli 2011 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen van geldbedragen van ongeveer €268.000 gedurende de periode van januari tot en met september 2007. Verdachte stelde haar bankrekeningen ter beschikking aan een medeverdachte, die het geld uit misdrijf afkomstig liet storten en contant liet opnemen.
De rechtbank oordeelde dat verdachte wist van de aanmerkelijke kans dat het geld uit criminele activiteiten kwam, mede omdat zij slechts vage antwoorden accepteerde en niet doorvroeg naar de herkomst, ondanks haar bedenkingen en het raadplegen van een kennis. Door deze medewerking en het langdurig faciliteren van de transacties heeft zij het voorwaardelijke opzet gehad en van het witwassen een gewoonte gemaakt.
De officier van justitie eiste 15 maanden gevangenisstraf waarvan vijf voorwaardelijk, maar de rechtbank legde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van acht maanden op, rekening houdend met het feit dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking was gekomen en het tijdsverloop sinds het delict. De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten en concludeerde dat verdachte strafbaar is voor het bewezen verklaarde feit van witwassen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf wegens gewoonte van witwassen van ongeveer €268.000.