ECLI:NL:RBMAA:2011:BR2112
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tenuitvoerlegging voorwaardelijke gevangenisstraf wegens psychiatrische behandeling
De rechtbank Maastricht behandelde de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden die was opgelegd aan een veroordeelde met schizofrenie van het paranoïde type. De veroordeelde had zich niet gehouden aan de bijzondere voorwaarde om zich te gedragen volgens de richtlijnen van de reclassering, maar dit werd mogelijk veroorzaakt door zijn psychiatrische aandoening.
Tijdens meerdere zittingen en op basis van een medisch advies en een verklaring van een psychiater werd vastgesteld dat de veroordeelde ambulant behandeld wordt met medicatie en gesprekken. De communicatie met de veroordeelde verliep moeizaam, mede door zijn wantrouwende en intimiderende houding. De rechtbank achtte aannemelijk dat het ziektebeeld invloed had op het niet nakomen van afspraken en wilde hem daarvoor niet volledig verwijten.
De rechtbank overwoog dat het belang van de voortzetting van de behandeling zwaarder weegt dan het belang van de staat bij de tenuitvoerlegging van de straf. Omdat de proeftijd inmiddels was verstreken en er geen strafrechtelijk toezicht meer mogelijk was, achtte de rechtbank het continueren van de behandeling het beste middel om recidive te voorkomen. Daarom wees de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging af, ook een omzetting in een werkstraf werd niet toegestaan.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf af vanwege het belang van voortzetting van de psychiatrische behandeling.