ECLI:NL:RBMAA:2011:BR1173
Rechtbank Maastricht
- Kort geding
- E.P. van Unen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing kort geding over terugkeergarantie en ontslagvergunning werkgever
De werknemer trad in 1999 in dienst bij de rechtsvoorganger van CPS Color BV en vervulde diverse functies, waaronder een uitzending naar Azië en Australië. In zijn arbeidsovereenkomst was een terugkeergarantiebeding opgenomen dat hem het recht gaf terug te keren naar een gelijkwaardige functie bij CPS Color BV na afloop van zijn uitzending.
CPS Color Shanghai besloot de arbeidsovereenkomst niet voort te zetten, waarna CPS Color BV de werknemer een aanbod deed tot wederindiensttreding, maar zonder een direct beschikbare gelijkwaardige functie. De werknemer accepteerde het aanbod en keerde terug naar Nederland. Later vroeg CPS Color BV bij het UWV een ontslagvergunning aan wegens bedrijfseconomische redenen, omdat geen gelijkwaardige functie beschikbaar was.
De werknemer startte een kort geding om het verzoek aan het UWV in te trekken en het gebruik van een eventuele ontslagvergunning te verbieden, stellende dat het garantiebeding een harde verplichting inhoudt. De voorzieningenrechter oordeelde dat hoewel het beding een harde garantie zou kunnen bevatten, de werknemer niet de juiste rechtsgrond aanvoert om nakoming of schadevergoeding te vorderen in dit kort geding. Tevens is het recht van de werkgever om een ontslagvergunning te vragen wettelijk verankerd en kan dit slechts worden beperkt bij misbruik, wat niet is aangetoond.
De rechtbank concludeerde dat het UWV het verzoek zal beoordelen inclusief het beding en dat de gekozen procedure voldoende waarborgen biedt. De vorderingen van de werknemer werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de werknemer worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.