ECLI:NL:RBMAA:2011:BR0474
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Partiële ontbinding overeenkomst aannemingswerk wegens toerekenbare tekortkoming met vermindering wederzijdse prestaties
In deze civiele zaak tussen een vennootschap onder firma en twee gedaagden staat de uitvoering van aannemingswerkzaamheden centraal. De eiseres vordert betaling van facturen voor meerwerk, terwijl de gedaagden stellen dat het werk niet deugdelijk is uitgevoerd en vorderen partiële ontbinding van de overeenkomst.
De rechtbank bespreekt eerst het meerwerk en constateert dat een deel daarvan moet worden aanvaard, maar wijst vorderingen af die onvoldoende zijn onderbouwd. Vervolgens beoordeelt een deskundige het uitgevoerde werk en constateert diverse gebreken, waaronder onregelmatige voegbreedtes, onvoldoende fundering en verzakkingen, met herstelkosten van circa € 13.952,35.
De rechtbank oordeelt dat de tekortkomingen toerekenbaar zijn aan de eiseres, waardoor de gedaagden gerechtigd zijn tot partiële ontbinding van de overeenkomst. Dit leidt tot vermindering van de aanneemsom met de herstelkosten. De vordering van de eiseres wordt deels toegewezen tot een bedrag van € 24.990,73 vermeerderd met rente, terwijl de vorderingen in reconventie tot schadevergoeding en onrechtmatig handelen worden afgewezen.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is gewezen door mr. B.R.M. de Bruijn en op 6 juli 2011 uitgesproken.
Uitkomst: De overeenkomst wordt partieel ontbonden met vermindering van de aanneemsom en toewijzing van betaling van € 24.990,73 vermeerderd met rente.