ECLI:NL:RBMAA:2011:BR0410
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.P. van Unen
- F.M. van Maanen Winters
- M.E.M.W. Nuijts
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid concernbestuurders en uitleg 2:403-verklaring bij bouwproject
BAM vordert betaling van €883.808,40 van Coman Holding en haar bestuurders wegens niet-nakoming van een onderaannemingsovereenkomst door Coman Engineering & Contracting B.V. BAM baseert haar vordering mede op een verklaring ex artikel 2:403 lid 1 sub f BW Pro, waarin Coman Holding zich hoofdelijk aansprakelijk stelt voor schulden van Coman Engineering & Contracting B.V. De rechtbank onderzoekt de reikwijdte en uitleg van deze verklaring en de aansprakelijkheid van de bestuurders.
De rechtbank oordeelt dat de 2:403-verklaring een tijdsbeperking bevat en slechts aansprakelijkheid aanvaardt voor schulden voortvloeiend uit rechtshandelingen na het afgifte tijdstip. De toevoeging van een eerdere ingangsdatum is door een onbevoegde medewerker van de Kamer van Koophandel geplaatst en kan Coman Holding niet binden. BAM kan daarom geen onbeperkte terugwerkende kracht aan de verklaring ontlenen.
Ten aanzien van de bestuurdersaansprakelijkheid wijst de rechtbank BAM's stellingen af, mede omdat BAM niet aannemelijk heeft gemaakt dat Coman Engineering & Contracting B.V. geen verhaal biedt voor haar schulden, mede door het pandrecht op vorderingen uit meerwerk. BAM's beroep op onrechtmatige daad faalt. De vorderingen van BAM worden afgewezen, evenals de vorderingen van Coman Holding tot opheffing van de beslagen. Beide partijen worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van BAM af en handhaaft de beslagen; beide partijen worden veroordeeld in proceskosten.