ECLI:NL:RBMAA:2011:BQ7230
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beslissing rechtbank over conversie voorwaardelijke machtiging in voorlopige machtiging psychiatrische opname
Betrokkene had een voorwaardelijke machtiging voor opname in een psychiatrisch ziekenhuis, met voorwaarden zoals geen drugsgebruik en geen agressie. Na het niet naleven van deze voorwaarden verzocht de geneesheer-directeur om conversie van deze machtiging in een voorlopige machtiging, wat tot een gedwongen opname leidde.
De rechtbank beoordeelde of de beslissing van de geneesheer-directeur tot conversie gerechtvaardigd was. Zij oordeelde dat de geneesheer-directeur beoordelingsvrijheid heeft, maar dat deze een gedegen belangenafweging moet maken en deze inzichtelijk moet maken in zijn beslissing. De beslissing van 11 april 2011 voldeed hier niet aan.
Verder was onduidelijk of het gevaar dat betrokkene buiten de inrichting veroorzaakte niet door naleving van de voorwaarden kon worden afgewend, mede omdat de situatie zes weken na de beslissing was verbeterd. Daarom werd onmiddellijke invrijheidstelling bevolen en herleefde de voorwaardelijke machtiging van december 2010.
De rechtbank wees ook op procedurele tekortkomingen bij de conversie, zoals het ontbreken van een hoorzitting en het niet informeren van de griffier, wat niet strookt met de Wet Bopz.
Uitkomst: De rechtbank beveelt onmiddellijke invrijheidstelling van betrokkene en laat de voorwaardelijke machtiging herleven.