ECLI:NL:RBMAA:2011:BQ6633
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid bij mishandeling gevangenisbewaarder
Op 20 mei 2010 heeft verdachte een gevangenisbewaarder mishandeld door hem met gebalde vuisten te slaan en met een verbogen tafelmes in het gelaat en lichaam te steken. Het mes was niet geschikt voor het veroorzaken van dodelijk of zwaar letsel. De rechtbank achtte het bewijs onvoldoende voor poging tot doodslag of zwaar lichamelijk letsel, maar wel wettig bewezen mishandeling.
Verdachte vertoonde afwijkend, paranoïde en psychotisch gedrag voor en tijdens het incident. Ondanks weigering tot medewerking aan een pro justitia rapportage, concludeerde de rechtbank op basis van verklaringen van deskundigen en getuigen dat verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar was ten tijde van het feit.
Daarom werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging en vrijgesproken van de ernstiger tenlasteleggingen. Er werd geen straf of maatregel opgelegd wegens gebrek aan aanwijzingen voor disfunctioneren in de huidige situatie.
De rechtbank bepaalde tevens dat de inbeslaggenomen voorwerpen aan de Forensische Opsporing worden teruggegeven. Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Maastricht op 1 juni 2011.
Uitkomst: Verdachte is volledig ontoerekeningsvatbaar verklaard en ontslagen van alle rechtsvervolging wegens mishandeling van een gevangenisbewaarder.