ECLI:NL:RBMAA:2011:BQ1809
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring officier van justitie wegens schending mededelingsplicht ontnemingsvordering
De rechtbank Maastricht behandelde een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van verdachte, voortvloeiend uit een eerdere veroordeling wegens drugshandel. De officier van justitie had bij het requisitoir niet kenbaar gemaakt dat zij een ontnemingsvordering wilde instellen, waardoor zij niet voldeed aan haar mededelingsplicht volgens artikel 311, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Hoewel niet elke schending van deze mededelingsplicht tot niet-ontvankelijkheid hoeft te leiden, oordeelde de rechtbank dat in deze zaak sprake was van dermate onzorgvuldig en onvoortvarend handelen van de officier van justitie dat verdachte onnodig lang in onzekerheid verkeerde. Dit was mede gezien de betrekkelijke eenvoud van de zaak een ernstige schending van de belangen van verdachte.
De rechtbank wees erop dat de officier van justitie bij gelijktijdig berechte medeverdachten wel haar voornemen tot ontneming kenbaar had gemaakt, maar niet in deze zaak, zonder daarvoor een reden te geven. Pas op 1 februari 2010, na een schriftelijk verzoek van de raadsman van verdachte, werd het voornemen kenbaar gemaakt, terwijl de vordering pas op 17 januari 2011 werd ingediend.
Gezien deze omstandigheden verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De uitspraak werd gedaan door de rechtbank Maastricht op 25 februari 2011 onder parketnummer 03/702901-08.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in haar ontnemingsvordering wegens schending van de mededelingsplicht.