ECLI:NL:RBMAA:2011:BQ1254
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens noodtoestand bij illegaal vervoer beschermde wilde dieren
Verdachte heeft in de periode van 23 april 2010 tot en met 1 juli 2010 meerdere beschermde wilde dieren vanuit Nederland naar een opvangcentrum in België vervoerd zonder de vereiste vergunning, in strijd met artikel 13 van Pro de Flora- en Faunawet. De AID had jarenlang dit vervoer gedoogd, maar besloot vanaf april 2010 handhavend op te treden.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard vanwege het vertrouwensbeginsel en het beginsel van redelijke en billijke belangenafweging, omdat het vervoer noodzakelijk was voor de dieren en er geen opvangmogelijkheden in Nederland waren. De officier van justitie stelde dat vervolging toegestaan was en dat er een legaal alternatief bestond.
De economische politierechter oordeelde dat het openbaar ministerie ontvankelijk was, maar dat niet kon worden uitgesloten dat sprake was van overmacht in de zin van noodtoestand. Gezien het ontbreken van voldoende ambtelijke informatie over opvangmogelijkheden en de niet onaannemelijke stelling van verdachte dat er geen opvangcapaciteit was, werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens overmacht in de zin van noodtoestand.