ECLI:NL:RBMAA:2011:BQ0497
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.H.M. Kuster
- J.H. Klifman
- W.F.J. Aalderink
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak bestuurder van auto voor medeplegen vervoer heroïne en cocaïne wegens gebrek aan bewijs
Op 6 april 2011 heeft de rechtbank Maastricht verdachte vrijgesproken van het medeplegen van het opzettelijk vervoeren van heroïne en cocaïne. De zaak betrof een controle op 15 december 2010 waarbij ruim 600 gram harddrugs werd aangetroffen in een auto bestuurd door verdachte.
De verdediging voerde onder meer een niet-ontvankelijkheidsverweer op grond van een vormverzuim waarbij twee verbalisanten in strijd met een aanzegging van de rechter-commissaris contact hadden gehad. De rechtbank erkende het vormverzuim maar oordeelde dat dit niet leidde tot niet-ontvankelijkheid of bewijsuitsluiting omdat verdachte hierdoor niet in zijn belangen was geschaad.
Voor de wetenschap van verdachte geldt dat hij als bestuurder geacht wordt bekend te zijn met de drugs in de auto, tenzij er aanwijzingen zijn voor het tegendeel. De rechtbank vond die aanwijzingen aanwezig, mede omdat verdachte en medeverdachte verklaarden dat verdachte niet op de hoogte was. De verklaringen werden betrouwbaar geacht en het gedrag van verdachte sloot kennis niet uit maar wees er ook niet op.
De rechtbank achtte het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen en sprak verdachte vrij. De zaak werd inhoudelijk behandeld op 23 maart 2011, waarbij ook de officier van justitie en raadsman hun standpunten gaven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs van medeplegen vervoer van heroïne en cocaïne.