ECLI:NL:RBMAA:2011:BP8546
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bezit kinderpornografisch materiaal op digitale dragers
De rechtbank Maastricht behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het bezit van een groot aantal kinderpornografische afbeeldingen en filmpjes op meerdere harde schijven. Het merendeel van het materiaal was aangetroffen in zogenaamde 'lost files', 'temporary internet files', 'unallocated clusters' en 'recovered folders'.
De verdediging stelde dat alleen de in de tenlastelegging gespecificeerde bestanden bewezen konden worden verklaard en voerde aan dat verdachte de bestanden direct na het uitpakken had verwijderd, waardoor geen sprake was van strafbaar bezit. De officier van justitie betoogde dat verdachte opzettelijk kinderporno had gezocht en in bezit had.
De rechtbank oordeelde dat de aanwezigheid van bestanden in de genoemde tijdelijke en verloren bestanden onvoldoende bewijs vormt voor bezit in de zin van artikel 240b Wetboek van Strafrecht, tenzij bijkomende feiten en omstandigheden aantonen dat de bestanden gedurende een zekere periode beschikbaar waren. Die bijkomende feiten ontbraken in dit dossier. De verklaringen van verdachte werden als plausibel beoordeeld en getuigenverklaringen konden het bewijs niet versterken.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het tenlastegelegde en gelastte de teruggave van de in beslag genomen computers en harde schijf onder de voorwaarde dat deze eerst geheel geschoond worden van kinderpornografisch materiaal.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van strafbaar bezit van kinderpornografisch materiaal.