ECLI:NL:RBMAA:2011:BP5133
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Wöretshofer
- E.W.A. van den Berg
- R.A.J. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs in zedenzaak ondanks procedurele tekortkomingen
De rechtbank Maastricht behandelde een zedenzaak tegen verdachte die werd beschuldigd van seksueel misbruik van minderjarige stiefdochters in de periode 1997 tot 2007. De verdediging voerde primair niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie aan vanwege ernstige procesfouten en onzorgvuldige verhoren, ondersteund door een deskundigenrapport dat sturing en discrepanties in de verhoren aantoonde.
De rechtbank erkende de tekortkomingen in het justitieel onderzoek, maar concludeerde dat deze niet met opzet waren gepleegd om de verdachte te benadelen. Het Zwolsman-criterium voor niet-ontvankelijkheid werd dan ook niet toegepast. Zowel het openbaar ministerie als de verdediging pleitten uiteindelijk voor vrijspraak wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
De rechtbank constateerde dat de verklaringen van de aangeefsters onvoldoende betrouwbaar waren door leidende vragen en sturing door verbalisanten, en dat er geen aanvullend steunbewijs aanwezig was. Gezien het bewijsminimum in zedenzaken en de vereiste overtuiging sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De vorderingen van de benadeelde partijen werden eveneens afgewezen wegens het ontbreken van een veroordeling.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs ondanks procedurele tekortkomingen.