ECLI:NL:RBMAA:2011:BO9972
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij echtscheiding en nevenvoorzieningen met woonplaats in België
De vrouw heeft een verzoek tot echtscheiding met nevenvoorzieningen ingediend bij de Nederlandse rechter, terwijl zij en de man sinds hun huwelijk in 1996 onafgebroken in België wonen. De rechtbank bevestigt de algemene bevoegdheid van de Nederlandse rechter voor het verzoek tot echtscheiding op grond van Brussel II-bis.
De man stelde een bevoegdheidsverweer en verwees naar een in België ingediend verzoek. De rechtbank oordeelt dat het verzoek van de vrouw in Nederland eerder is ingediend en dat er geen reden is de behandeling aan te houden. De rechtbank verklaart zich bevoegd voor het verzoek tot echtscheiding en het nevenverzoek tot verdeling en verrekening van gemeenschappelijke zaken, mede op grond van artikel 4 lid 3 WBRv Pro.
Voor de hoofdverblijfplaats van de kinderen en de onderhoudsbijdragen aan kinderen en partner is de Nederlandse rechter echter niet bevoegd. De hoofdverblijfplaats van de kinderen is in België, en de EEX-Verordening biedt geen grondslag voor Nederlandse bevoegdheid voor onderhoudsverplichtingen. De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd voor deze verzoeken en stelt de man in de gelegenheid om inhoudelijk te reageren op het echtscheidingsverzoek en de nevenverzoeken waarvoor de rechtbank zich bevoegd acht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd voor het verzoek tot echtscheiding en verdeling/verrekening, maar onbevoegd voor verzoeken tot hoofdverblijfplaats en onderhoudsbijdragen.