ECLI:NL:RBMAA:2010:BV7996

Rechtbank Maastricht

Datum uitspraak
27 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
153321/KG RK 10-672
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 545 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek ex artikel 545 Rv niet-ontvankelijk wegens ontbreken rechtens te respecteren belang

In deze zaak heeft verzoekster een verzoek ingediend op grond van artikel 545 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering tegen SNS Bank, de hypotheekhouder van een onroerende zaak te Landgraaf. De SNS Bank had de executie van de onroerende zaak overgenomen van verzoekster, maar na taxatie van het pand en beoordeling van de financiële situatie van de schuldenaar, besloot zij de executie niet voort te zetten.

De taxatie wees uit dat de waarde van het pand lager was dan de openstaande vordering, en de schuldenaar was aan zijn verplichtingen blijven voldoen. SNS Bank gaf aan dat openbare verkoop geen uitzicht bood op verhaal voor verzoekster. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster geen rechtens te respecteren belang had bij haar verzoek ex artikel 545 Rv Pro, mede gezien de slechte huizenmarkt.

Verzoekster heeft haar belang niet met aanvullende feiten onderbouwd. Daarom werd haar verzoek niet-ontvankelijk verklaard en werd zij veroordeeld in de proceskosten van beide verweersters. De beschikking werd op 27 oktober 2010 door de voorzieningenrechter Frénay in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een rechtens te respecteren belang en veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT
Sector Civiel
Datum uitspraak: 27 oktober 2010
Zaaknummer : 153321/KG RK 10-672
De voorzieningenrechter, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de navolgende beschikking gegeven
inzake
[VERZOEKSTER],
wonende te Amstenrade,
verzoekster,
advocaat mr. P.M.G. Lardinois (Heerlen);
tegen:
1.SNS BANK N.V.,
gevestigd te Utrecht,
verweerster sub 1,
advocaat mr. D.M. Brinkman (Utrecht),
en
2.[VERWEERDER2],
wonende te Landgraaf,
verweerder sub 2,
advocaat mr. C.J.M. Coch;
Het verloop van de procedure
De advocaat van verzoekster heeft bij de griffie van deze rechtbank een verzoek ingediend tot termijnstelling op de voet van artikel 545 Rv Pro voor de SNS-bank als hypotheekhouder met betrekking tot de onroerende zaak: het woonhuis met aanhorigheden, staande en gelegen te Landgraaf, aan de [adres].
Partijen zijn opgeroepen voor een mondelinge behandeling.
Mr. Coch heeft een verweerschrift en producties ingediend.
Ter zitting zijn verschenen:
-namens verzoekster: mr. Lardinois,
-namens verweerster sub 1: de heer [[X]], accountmanager bij verweerster en tevens gemachtigde (machtiging ter zitting overgelegd) en mr. Brinkman,
-verweerder sub 2 in persoon en mr Coch.
Mr. Coch pleit overeenkomstig het door haar ingediende verweerschrift.
Mr. Brinkman legt ter zitting een verweerschrift over en pleit dienovereenkomstig.
Partijen hebben over en weer gereageerd op elkaars stellingen, waarna de voorzieningenrechter de uitspraak heeft bepaald op heden.
De beoordeling
In deze zaak moet van het volgende worden uitgegaan. De SNS-bank, hypotheekhouder van de onroerende zaak, heeft de executie van die zaak van de beslaglegger [[verzoekster]] overgenomen middels een brief d.d. 21 april 2010. Nadat de SNS-bank de onroerende zaak had laten taxeren – waaruit bleek van een actuele onderhandse verkoopwaarde van slechts € 425.000,-- tegenover een vordering van circa € 490.000,-- - heeft zij [[verzoekster]] bij brief d.d. 27 juli 2010 laten weten bij nader inzien de executie niet door te zetten. Daarbij heeft de SNS-bank naast het taxatierapport laten meewegen dat haar schuldenaar [verweerder2] aan zijn financiële verplichtingen waarvoor het hypotheekrecht is verleend, is blijven voldoen.
In diezelfde brief wijst de SNS-bank erop dat openbare verkoop van de onroerende zaak de beslaglegger [[verzoekster]] geen enkel uitzicht op verhaal biedt van haar vordering en dat zelfs bij een onderhandse verkoop tegen de getaxeerde vrije verkoopwaarde de vordering van de SNS-bank tot een substantieel bedrag niet kan worden voldaan.
De juistheid van de feiten die de SNS-bank aan haar keuze om “thans geen verdere stappen (te) ondernemen om tot uitwinning over te gaan” ten grondslag heeft gelegd, heeft [[verzoekster]] niet bestreden.
Met de SNS-bank en [verweerder2] is de voorzieningenrechter van oordeel dat geen rechtens te respecteren belang aan de zijde van [[verzoekster]] aanwezig is met betrekking tot het door haar ingediende verzoek ex artikel 545 WvBRv Pro. Toewijzing van het verzoek geeft in redelijkheid geen enkel uitzicht op korte(re) of lange(re) – mede gezien de in het slop geraakte huizenverkoopmarkt - op enige geldelijke uitkering van een mogelijke verkoopopbrengst van de onroerende zaak aan [[verzoekster]]. [[verzoekster]] heeft ook haar belang niet met andere feiten en omstandigheden onderbouwd.
De slotsom moet zijn dat [[verzoekster]] in haar verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard. [[verzoekster]] wordt in de kosten aan de zijde van de andere partijen verordeeld.
De beslissing
De voorzieningenrechter:
Verklaart Donkerlsoot in haar verzoek ex artikel 545 WvBRv Pro niet-ontvankelijk;
Veroordeelt [[verzoekster]] in de proceskosten van deze procedure aan de zijde van zowel de SNS-bank als [verweerder2] gevallen en begroot deze kosten tot aan deze beschikking op respectievelijk € 555,-- aan de zijde van de SNS-bank en € 555,-- aan de zijde van [verweerder2] (telkens € 103 aan griffierechten en € 452 aan salaris advocaat);
Verklaart deze proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.H.J. Frénay, voorzieningenrechter, en op 27 oktober 2010 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier .