ECLI:NL:RBMAA:2010:BO2893
Rechtbank Maastricht
- Kort geding
- J.F.W. Huinen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering terugbetaling op grond van executoriale titel na verzetprocedure
Eiser vordert in kort geding dat gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van bedragen die eiser op grond van een verstekvonnis heeft betaald, vermeerderd met wettelijke rente en kosten. Eiser baseert zijn vordering op het feit dat het hof het verzetvonnis heeft vernietigd en het verstekvonnis heeft opgeheven, en dat de aanvulling op het arrest van het hof een executoriale titel verleent voor terugvordering.
Gedaagde voert verweer dat eiser niet-ontvankelijk is omdat hij reeds beschikt over een executoriale titel op grond van het arrest van het hof en de daarop volgende aanvulling. De voorzieningenrechter volgt dit verweer en oordeelt dat het verzet de verstekprocedure voortzet en het verstekvonnis ophoudt te bestaan zodra het verzetvonnis is gewezen. De executie op grond van het verstekvonnis was gerechtvaardigd totdat het arrest van het hof werd gewezen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat eiser geen spoedeisend belang heeft bij de vordering, nu hij reeds een executoriale titel bezit. Daarom wordt de vordering afgewezen en wordt eiser veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard en de vordering tot terugbetaling wordt afgewezen.