ECLI:NL:RBMAA:2010:BO0393
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid bij verlengingsverzoek partneralimentatie na maximale termijn
De vrouw diende een verzoek in tot verlenging van de partneralimentatie na het verstrijken van de maximale wettelijke termijn van twaalf jaar. De man had de laatste feitelijke betaling op 1 juni 2009 gedaan, waarna geen verdere betalingen volgden. De vrouw stelde dat de termijn van drie maanden voor het indienen van een verlengingsverzoek pas begon te lopen vanaf 30 juni 2009, omdat de man de volledige maand juni had betaald en er sprake was van een stilzwijgende voortzetting van de alimentatie.
De man betwistte dit en stelde dat de termijn startte op 1 juni 2009, de datum van de laatste feitelijke betaling, en dat hij niet de intentie had de alimentatie voort te zetten. De rechtbank oordeelde dat de wettelijke vervaltermijn van drie maanden inderdaad begint te lopen vanaf de laatste feitelijke betaling en dat de vrouw haar verzoek te laat had ingediend.
De rechtbank wees het verzoek af en verklaarde de vrouw niet-ontvankelijk. De rechtbank overwoog dat verlenging van de alimentatietermijn slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden kan worden toegestaan en dat de vrouw niet had aangetoond dat dergelijke omstandigheden aanwezig waren. De overige verweren van de man werden niet inhoudelijk behandeld vanwege de niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: De vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot verlenging van de partneralimentatie wegens overschrijding van de wettelijke termijn.