ECLI:NL:RBMAA:2010:BM8268
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid en strafoplegging tenuitvoerlegging Duitse gevangenisstraf in Nederland
De rechtbank Maastricht behandelde het verzoek tot tenuitvoerlegging in Nederland van een onherroepelijke gevangenisstraf van 11 jaren opgelegd door het Landgericht Aachen in Duitsland wegens poging tot moord en andere geweldsdelicten. De veroordeelde, van Nederlandse nationaliteit en verblijvend in Nederland, stemde in met de tenuitvoerlegging.
De rechtbank beoordeelde de toelaatbaarheid van de tenuitvoerlegging aan de hand van het Verdrag tussen de lidstaten van de Europese Gemeenschappen en de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen. Er werd vastgesteld dat het feit strafbaar is in zowel Duitsland als Nederland, geen sprake is van verjaring of ne bis in idem, en dat alle wettelijke voorwaarden voor overdracht zijn vervuld.
Hoewel de Duitse straf 11 jaar bedraagt, legde de rechtbank een lagere straf van 8 jaar op, rekening houdend met de ernst van het feit, de persoon van de veroordeelde, zijn eerdere strafbare feiten en de internationale context. De tijd die de veroordeelde reeds in detentie in Nederland en Duitsland heeft doorgebracht, wordt volledig in mindering gebracht.
De rechtbank wees verzoek tot verlenging van de strafvermindering wegens zware detentieomstandigheden in Duitsland af, omdat deze omstandigheden niet uitzonderlijk genoeg werden geacht. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en is op 18 juni 2010 uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verleent verlof tot tenuitvoerlegging van de Duitse gevangenisstraf en legt een gevangenisstraf van 8 jaar op met aftrek van reeds doorgebrachte detentietijd.