ECLI:NL:RBMAA:2010:BM7997

Rechtbank Maastricht

Datum uitspraak
27 mei 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
361120 BR VERZ 09-162
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:151 BWArt. 4:161 BWArt. 69 RvArt. 261 lid 2 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Procedure voortgezet volgens dagvaardingsregels bij verkeerd ingeleid verzoek tot ontslag executeur-testamentair

In deze zaak heeft verzoekster, als wettelijke vertegenwoordiger van een minderjarige, een verzoek ingediend tot ontslag van de executeur-testamentair. De procedure werd aanvankelijk ingeleid met een verzoekschrift, maar de kantonrechter stelde vast dat dit niet de juiste procedurevorm was voor dit soort verzoeken, die volgens de wet via dagvaarding moeten worden ingeleid.

De kantonrechter verwees naar artikel 69 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en bepaalde dat de procedure in de stand waarin zij zich bevindt, moet worden voortgezet volgens de regels van de dagvaardingsprocedure. Verzoekster kreeg de gelegenheid haar stellingen aan te passen aan deze procedure.

Verder bepaalde de kantonrechter dat de zaak op 30 juni 2010 op de rol komt in Heerlen. Omdat verweerder al was opgeroepen en verschenen bij de mondelinge behandeling, was het niet nodig hem opnieuw bij exploot op te roepen. Ten slotte werden de proceskosten met betrekking tot het verzoek tot ontslag van de executeur-testamentair gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: De procedure wordt voortgezet volgens de dagvaardingsprocedure en verzoekster krijgt gelegenheid haar stellingen aan te passen.

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT
Sector Kanton
Locatie Heerlen
zaaknr: 361120 BR VERZ 09-162
typ: CJ
beschikking van 27 mei 2010
inzake
[verzoekster], in haar hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige [minderjarige],
wonende [adres],
toevoeging 1EX2958 d.d. 25 februari 2010, eigen bijdrage € 49,00,
verzoekster,
gemachtigde mr. E.R.T.A. Luijten te Heerlen;
contra:
[verweerder],
wonende [adres],
verweerder.
1. Het verdere verloop van de procedure
Ter uitvoering van de door de kantonrechter op 6 april 2010 gegeven tussenbeschikking heeft verzoekster bij schrijven van 20 april 2010 een reactie gegeven op het voorshands oordeel van de kantonrechter.
Hoewel verweerder daartoe in de gelegenheid is gesteld, heeft hij geen reactie gegeven op het voorshands oor-deel van de kantonrechter.
Vervolgens is beslissing bepaald op heden.
2. De verdere beoordeling
Bij voormelde tussenbe¬schikking heeft de kantonrechter overwogen dat hij ter zake het verzoek sub b voors-hands van oordeel is dat verzoekster een verkeerd procesinleidend stuk heeft gehanteerd en dat gelet hierop overeenkomstig het bepaalde in artikel 69 Rv Pro dient te worden gehandeld. Partijen zijn vervolgens in de gelegen-heid gesteld zich hierover uit te laten. Verzoekster heeft op 20 april 2010 een schriftelijke reactie ingediend en gesteld dat het verzoek sub b gekoppeld is aan het ontslag van de executeur-testamentair en gebaseerd is op de artikelen 4:151 juncto 4:161 BW. Zij handhaaft haar verzoek en vraagt de kantonrechter om een beslissing daarop, danwel, indien de kantonrechter van oordeel mocht blijven dat de onderhavige procedure met een dag-vaarding had moeten worden ingeleid, te handelen conform artikel 69 Rv Pro.
Gelet op het systeem van de wet als vervat in artikel 261 lid 2 Rv Pro is de kantonrechter van oordeel dat de onder-havige procedure betrekking hebbende op de artikelen 4:151 juncto 4:161 BW bij dagvaarding had moeten wor-den ingeleid. De procedure is dan ook verkeerd ingeleid. Dit brengt met zich dat de kantonrechter, rekening houdend met het bepaalde in artikel 69 Rv Pro, zal bevelen dat de procedure in de stand waarin zij zich bevindt wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure.
De kantonrechter bepaalt dat de zaak zal komen op de rol van woensdag 30 juni 2010 des voormiddags te 10.00 uur, welke rol gehouden wordt in het gerechtsgebouw aan de Akerstraat 108 te (6417 BN) Heerlen.
Gelet op het gegeven dat op 31 maart 2010 een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, waarbij ver-weerder is opgeroepen en verschenen, ziet de kantonrechter geen grond dat verzoekster verweerder bij exploot tegen de vastgestelde roldatum oproept, zodat een bevel als bedoeld in de tweede volzin van lid 3 van artikel 69 Rv Pro ten aanzien van het oproepen van verweerder tegen de vastgestelde roldatum achterwege kan blijven.
De kantonrechter zal verzoekster op grond van het vierde lid van artikel 69 Rv Pro in de gelegenheid stellen haar stellingen voor zover nodig aan de voor de dagvaardingsprocedure toepasselijke procesregels aan te passen.
Wat betreft de proceskosten die verband houden met het ingediende verzoek tot ontslag van de executeur testa-mentair zal de kantonrechter beslissen dat deze, gelet op de familierechtelijke relatie, zullen worden gecompen-seerd.
3. De beslissing
De kantonrechter:
beveelt dat de procedure in de stand waarin zij zich bevindt wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure;
stelt verzoekster voor zover nodig in de gelegenheid haar stellingen aan te passen aan de voor de dagvaardings-procedure toepasselijke procesregels;
bepaalt dat de zaak zal komen op de rol van woensdag 30 juni 2010 des voormiddags te 10.00 uur, welke rol gehouden wordt in het gerechtsgebouw aan de Akerstraat 108 te (6417 BN) Heerlen;
compenseert de proceskosten ter zake het verzoek tot ontslag van de executeur testamentair aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Aldus gegeven door P. Hoekstra, kantonrechter, en door deze uitgesproken, in aanwezigheid van de griffier.