ECLI:NL:RBMAA:2010:BL8636

Rechtbank Maastricht

Datum uitspraak
26 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
365639 EJ VERZ 10-525
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:452 lid 4 BWArt. 1:452 lid 6 sub e BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming moeder tot mentor ondanks werkverband met instelling betrokkene

De rechtbank Maastricht behandelde het verzoek tot instelling van een mentorschap voor betrokkene, die vanwege haar lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat is haar eigen belangen van niet-vermogensrechtelijke aard behoorlijk waar te nemen. Betrokkene wenst uitdrukkelijk dat haar moeder tot mentor wordt benoemd. Hoewel de moeder werkzaam is bij de instelling waar betrokkene verblijft, zij het op een andere locatie, acht de kantonrechter dit geen beletsel voor benoeming. De moeder kan in haar hoedanigheid als ouder de belangen van betrokkene afdoende behartigen.

De betrokkene is gehoord en belanghebbenden hebben hun mening kunnen geven. Er zijn geen bezwaren tegen de persoon van de voorgestelde mentor. De kantonrechter concludeert dat het benoemen van de moeder tot mentor in het belang van betrokkene is en wijst het verzoek toe. De beschikking is openbaar uitgesproken door kantonrechter W.E. Elzinga.

Tegen deze beschikking staat hoger beroep open, uitsluitend via een advocaat, bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.

Uitkomst: De moeder wordt benoemd tot mentor van betrokkene ondanks haar werkverband met de instelling.

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT
Sector Kanton
Locatie Maastricht
Zaaknr: 365639 EJ VERZ 10-525
BMnr: 13856
Typ: M.S.
datum 26 februari 2010
beschikking instelling mentorschap
op verzoek van
[verzoekster]
wonend te [adres]
verder ook te noemen: verzoekster.
Het verzoek strekt tot instelling van een mentorschap ten behoeve van:
[betrokkene]
geboren te [geboorteplaats] op [1981]
verblijvend [verblijfplaats]
verder ook te noemen: betrokkene.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- een verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ingekomen op 27 januari 2010;
- een bereidverklaring van de voorgestelde mentor.
De betrokkene is gehoord op 22 februari 2010.
De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld hun opvatting kenbaar te maken.
beoordeling
Op grond van de ingebrachte stukken en het horen van de betrokkene is voldoende aanneme-lijk geworden dat deze als gevolg van haar lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat is of bemoeilijkt wordt de eigen belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen.
In dit geval is het de uitdrukkelijke wens van betrokkene dat haar moeder tot mentor wordt benoemd. Conform het bepaalde in art. 1:452 lid 4 BW Pro verdient dit ook de voorkeur.
Moeder is echter tevens werkneemster van de instelling waar betrokkene verblijft.
Dit is in beginsel een beletsel als bedoeld in art. 1:452 lid 6 sub e BW Pro.
Nu de moeder in een andere locatie werkzaam is dan waar betrokkene verblijft, acht de kan-tonrechter het niettemin in het belang van betrokkene dat de moeder tot mentor wordt be-noemd. Zij kan immers in haar hoedanigheid van ouder van betrokkene geacht worden de belangen van betrokkene afdoende te behartigen.
Tegen de persoon van de voorgestelde mentor zijn geen andere bezwaren aangevoerd of gebleken.
Het verzoek kan dan ook worden toegewezen.
beslissing
Stelt een mentorschap in ten behoeve van [betrokkene].
Benoemt tot mentor met ingang van heden:
[verzoekster]
wonende [adres].
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. W.E. Elzinga, kan-tonrechter, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze beschikking kan – uitsluitend door tussenkomst van een advocaat – hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker(s) en degene aan wie een afschrift van de beschikking (door de griffier) is verstrekt
of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.