ECLI:NL:RBMAA:2010:BL2100
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot beëindiging gezamenlijk gezag over minderjarige
De rechtbank Maastricht behandelde het verzoek van een niet-biologische ouder om het gezamenlijk gezag over een minderjarige te beëindigen. De minderjarige was geboren binnen een eerdere relatie tussen de moeder en de juridische vader, maar de verzoeker had samen met de moeder het gezag gekregen en de achternaam van het kind gewijzigd.
De verzoeker stelde dat hij geen contact meer had met het kind en dat het gezamenlijk gezag een lege huls was geworden, mede door de beëindiging van zijn relatie met de moeder. De moeder en de juridische vader betoogden dat het belang van het kind voorop moest staan en dat het contact met de verzoeker belangrijk was.
De rechtbank overwoog dat het gezag niet alleen een recht is, maar ook een plicht die in het belang van het kind is gegeven. Ondanks de gewijzigde omstandigheden en de conflicten tussen de ouders, bleek onvoldoende dat het gezamenlijk gezag schadelijk was voor het kind. De rechtbank benadrukte dat het kind baat heeft bij het behoud van het gezamenlijke gezag en dat de verzoeker zijn verantwoordelijkheid moet blijven nemen.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag af. De proceskosten werden gecompenseerd vanwege de affectieve relatie tussen partijen.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag over de minderjarige wordt afgewezen.