ECLI:NL:RBMAA:2009:BK8066
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Erkenning en omzetting van Turkse adoptie naar Nederlands recht ondanks ontbreken beginseltoestemming
Verzoekers hebben in 2005 een adoptie van een minderjarige in Turkije laten uitspreken, maar beschikten destijds niet over een geldige beginseltoestemming noch een Certificate of Conformity, waardoor geen sprake was van een Verdragsadoptie onder het Haags Adoptieverdrag. De rechtbank moest beoordelen of deze adoptie toch erkend kon worden in Nederland.
De Raad voor de Kinderbescherming concludeerde dat het verblijf van de minderjarige bij verzoekers voortgezet diende te worden en dat zijn status als adoptiefkind geregeld moest worden. De ambtenaar van de Burgerlijke Stand weigerde aanvankelijk de inschrijving vanwege het ontbreken van de vereiste verklaring uit artikel 23 van Pro het Haags Adoptieverdrag.
De rechtbank oordeelde dat het belang van het kind voorop staat en dat het oneigenlijk zou zijn verzoekers tegen te werpen dat de adoptiebeslissing niet erkend wordt, aangezien de minderjarige sinds 2005 met medeweten van Nederlandse autoriteiten bij verzoekers woont. De rechtbank vond geen aanwijzingen voor onregelmatigheden of slechte trouw en besloot de adoptie te erkennen en om te zetten naar een Nederlandse adoptie, waarbij ook de geboortegegevens werden vastgesteld.
De beschikking werd uitgesproken door rechter L.M.I.A. Bregonje op 15 december 2009. Verzoekers kunnen tegen deze beschikking hoger beroep instellen bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De Turkse adoptie wordt erkend en omgezet in een Nederlandse adoptie met vaststelling van geboortegegevens.