ECLI:NL:RBMAA:2009:BK6853
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak bewindvoerder valsheid in geschriften wegens ontbreken wettig bewijs
De rechtbank Maastricht behandelde een strafzaak tegen een bewindvoerder die werd verdacht van valsheid in geschriften met betrekking tot de financiële verantwoording van zijn beschermeling over de periode 1999 tot 2007. De tenlastelegging betrof het niet vermelden van vermogen op een Belgische bankrekening en het vervalsen van een brief aan de kantonrechter.
De officier van justitie baseerde zijn bewijs onder meer op verklaringen van een overleden deken, familieleden en getuigen, die stelden dat de verdachte op de hoogte was van de buitenlandse rekening. De verdediging voerde aan dat deze verklaringen onbetrouwbaar waren, deels gebaseerd op geruchten en onderling overleg, en dat er geen onafhankelijk bewijs was gevonden ondanks uitgebreid onderzoek.
De rechtbank constateerde gebreken in het politieonderzoek, waaronder het ontbreken van toetsing van verklaringen en onduidelijkheid over de herkomst van bepaalde informatie. Ook werd een belangrijke afspraak tussen de beschermeling en de bank erkend, waarbij bankcorrespondentie niet naar de beschermeling werd gestuurd, wat een ontlastend feit vormde.
Gezien de twijfelachtige betrouwbaarheid van getuigenverklaringen, het ontbreken van belastend bewijs en de ontlastende omstandigheden sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs dat hij wist van de buitenlandse bankrekening.