ECLI:NL:RBMAA:2009:BK6805
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing Grieks recht op huwelijksvermogensregime en bevel tot verdeling gemeenschappelijke goederen
Partijen, beiden met de Griekse nationaliteit, zijn gehuwd op 26 oktober 2003. Omdat Griekenland geen partij is bij het Haags Huwelijksvermogensverdrag van 1978, is volgens de rechtbank het huwelijksvermogensregime van partijen onderworpen aan Grieks recht. Dit volgt uit het internationaal privaatrecht van Griekenland, dat bepaalt dat de vermogensrechtelijke betrekkingen tussen echtgenoten worden beheerst door het recht dat hun persoonlijke betrekkingen direct na het huwelijk regelt.
De vrouw verzocht de rechtbank om een bevel tot verdeling van de door haar gestelde huwelijksgemeenschap. De rechtbank stelt vast dat volgens Grieks recht geen huwelijksgemeenschap ontstaat door het huwelijk, maar acht het aannemelijk dat partijen tijdens het huwelijk gemeenschappelijke goederen hebben verkregen. De rechtbank wijst het verzoek toe voor zover dergelijke gemeenschappelijke goederen aanwezig zijn.
De rechtbank benoemt een notaris die de verdeling zal uitvoeren en een onzijdig persoon die de man kan vertegenwoordigen indien hij niet meewerkt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het overige verzoek wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de verdeling van gemeenschappelijke goederen onder Grieks recht en benoemt een notaris voor de afwikkeling.