ECLI:NL:RBMAA:2009:BK3206
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning voorwaardelijke machtiging op grond van Wet Bopz ondanks afwezigheid betrokkene
De rechtbank Maastricht behandelde op 28 oktober 2009 het verzoek van de officier van justitie om een voorwaardelijke machtiging te verlenen aan betrokkene, die lijdt aan schizofrenie en reeds sinds november 2008 voorwaardelijk ontslagen was uit een psychiatrisch ziekenhuis. Betrokkene was volgens de wettelijke voorschriften opgeroepen voor de zitting, maar verscheen niet, noch werd de behandelend psychiater gehoord.
De rechtbank oordeelde dat, hoewel betrokkene niet wilde worden gehoord op zijn verblijfplaats, er geen bijzondere omstandigheden waren die hem verhinderden naar de rechtbank te komen. Het niet verschijnen werd daarom geïnterpreteerd als een gebrek aan bereidheid om gehoord te worden. Ook het niet horen van de behandelend psychiater werd niet als onrechtmatig beschouwd, gelet op jurisprudentie van de Hoge Raad.
Uit de overgelegde geneeskundige verklaring en het behandelingsplan bleek dat betrokkene een stoornis van de geestvermogens heeft die gevaar kan veroorzaken, maar dat dit gevaar met naleving van voorwaarden buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden beheerst. Betrokkene hield zich sinds het voorwaardelijk ontslag goed aan het behandelingsplan, wat de rechtbank aanleiding gaf het verzoek toe te wijzen.
De rechtbank verleende een voorwaardelijke machtiging voor zes maanden, met als voorwaarde dat betrokkene zich blijft houden aan het behandelingsplan en zich onder behandeling stelt. Mondriaan werd aangewezen als het psychiatrisch ziekenhuis voor opname indien de voorwaarden niet worden nageleefd of het gevaar niet kan worden afgewend.
Uitkomst: De rechtbank verleent een voorwaardelijke machtiging voor zes maanden met voorwaarden voor behandeling en opname.