ECLI:NL:RBMAA:2009:BK0191
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens ongeoorloofde balkonveranderingen en overlast
Op 30 december 1993 sloten partijen een huurovereenkomst voor een woning met balkon. De huurder bracht zonder toestemming diverse veranderingen aan het balkon aan, waaronder aan de buitenzijde, en plaatste planten en andere attributen die overlast veroorzaakten en het straatbeeld ontsierden. Ondanks een minnelijke regeling in 2000 en meerdere sommatiebrieven van de verhuurder, bleef de huurder in gebreke.
De verhuurder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. De huurder betwistte dat er sprake was van verboden veranderingen en overlast, en stelde dat het balkon inpandig is zodat artikel 7:215 lid 6 BW Pro niet van toepassing is. De rechtbank oordeelde dat de veranderingen aan de buitenzijde zijn aangebracht en dat artikel 7:215 BW Pro niet van toepassing is vanwege het overgangsrecht, zodat de huurovereenkomst en het daarin opgenomen artikel 12 leidend Pro zijn.
De huurder heeft zich niet als goed huurder gedragen door de veranderingen zonder toestemming aan te brengen en overlast te veroorzaken. De rechtbank achtte de tekortkomingen van voldoende gewicht om ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen. De vordering tot ontruiming werd toegewezen met een termijn van vier weken. De vordering van de huurder tot verklaring van recht werd afgewezen. De huurder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming binnen vier weken.