ECLI:NL:RBMAA:2009:BK0086

Rechtbank Maastricht

Datum uitspraak
12 augustus 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
330514 CV EXPL 09-1740
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 237 RvArt. 238 RvArt. 239 RvArt. 240 RvArt. 6:1 Algemene voorwaarden
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing deelvorderingen wegens onvoldoende onderbouwing in incassoprocedure

Fiducré NV heeft bij dagvaarding een vordering ingesteld tegen gedaagde, waarbij zij zich beroept op producties die aan de dagvaarding zijn gehecht. Gedaagde heeft schriftelijk verweer gevoerd, maar heeft nagelaten te reageren op de conclusie van repliek van Fiducré, ondanks uitdrukkelijke uitnodiging daartoe.

De kantonrechter oordeelt dat het oorspronkelijke verweer van gedaagde moet worden gepasseerd vanwege het ontbreken van een nadere reactie. De vordering van Fiducré wordt als niet onrechtmatig noch ongegrond beoordeeld en komt daarom toe. Echter, de aanvullende vorderingen met betrekking tot incassokosten en werkzaamheden die de normale proceskosten te boven gaan, zijn onvoldoende gespecificeerd en worden afgewezen.

De rechtbank veroordeelt gedaagde tot betaling van € 1.632,17 plus contractuele rente vanaf 19 maart 2009, en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Tevens worden de proceskosten aan de zijde van Fiducré toegewezen, begroot op € 602,31. De rechtbank merkt op dat de naam van de eisende partij kennelijk onjuist is vermeld, maar dat de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het vonnis bij de procedureaanleg blijft.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 1.632,17 met rente en proceskosten, overige vorderingen worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT
Sector Kanton
Locatie Maastricht
zaaknummer: 330514 CV EXPL 09-1740
typ: MO
vonnis van 12 augustus 2009
in de zaak van
“Fiducré NV”,
gevestigd te Evere (België),
verder ook te noemen: Fiducré,
eisende partij,
gemachtigde: een onbekend gelaten persoon ten kantore van LAVG ZUID B.V. te Breda,
tegen
[gedaagde],
wonend te [adres],
verder ook te noemen: [gedaagde],
gedaagde partij,
in persoon procederend.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Fiducré heeft bij dagvaarding van 19 maart 2009 een vordering ingesteld tegen [gedaagde] en heeft zich daarvoor mede beroepen op aan het exploot van dagvaarding gehechte producties.
[gedaagde] – die zichzelf aanduidt als “[gedaagde]” – heeft schriftelijk geantwoord onder overlegging van producties.
Fiducré heeft vervolgens voor repliek geconcludeerd.
[gedaagde] heeft hier niet meer op gereageerd.
Hierna is uitspraak bepaald.
MOTIVERING
[gedaagde] is door de griffier bij een niet-geretourneerde dienstbrief van 17 juni 2009 uitdrukkelijk in de gelegenheid gesteld mondeling en/of schriftelijk te reageren op de conclusie van repliek van de wederpartij. [gedaagde] heeft echter nagelaten te reageren en heeft evenmin uitstel voor een dergelijke reactie verzocht. Het aanvankelijk gevoerde verweer is in de repliek gemotiveerd weersproken en de vordering is daarbij door Fiducré nader onderbouwd, mede onder verwijzing naar reeds eerder overgelegde producties. Fiducré heeft benadrukt dat geen sprake is geweest van borgstelling, doch toegelicht dat [gedaagde] hoofdelijk schuldenaar is.
De kantonrechter is daarom van oordeel dat aan het oorspronkelijke verweer, als [gedaagde] dit al heeft willen handhaven, moet worden voorbijgegaan. Het had op de weg gelegen van [gedaagde] om gedetailleerd in te gaan op de conclusie van repliek, nu de inhoud daarvan zeker tot aanvullende stellingname of tot toespitsing van het verweer aanleiding gaf.
De door eisende partij ingestelde vordering komt de kantonrechter onrechtmatig noch
ongegrond voor, zodat deze moet worden toegewezen, met dien verstande dat eisende
partij omtrent de aan de procedure voorafgegane incasso(pogingen) onvoldoende
(gespecificeerd en gemotiveerd) heeft gesteld om daaruit te kunnen concluderen dat
werkzaamheden zijn verricht en kosten zijn gemaakt die de normale voorbereiding van een gerechtelijke procedure te buiten gaan. Daarmee is niet komen vast te staan dat de door eisende partij bedoelde werkzaamheden en kosten verder strekten dan de verrichtingen en kosten waarvoor de artikelen 237 tot en met 240 Rv. een voorziening geven. Dit onderdeel van de vordering zal dan ook worden afgewezen.
Ook de posten “Forfait. Schade” en “Kosten” komen niet voor toewijzing in aanmerking, nu deze in het geheel niet zijn toegelicht.
De posten “Nalat. Intresten” tot 1 oktober 2008 en “Rente” van 1 oktober 2008 tot de dag der dagvaarding betreffen vertragingsrente en zijn wel toewijsbaar, aangezien deze conform artikel 6.1 van de ‘algemene voorwaarden van ING-kredieten onderworpen aan de wet op het consumentenkrediet’ zijn verschuldigd, nu de hoofdvordering zal worden toegewezen.
Voorts is de contractuele rente, voor zover niet reeds als post vervallen rente in het toe te wijzen bedrag van € 1.632,17 verwerkt, toewijsbaar vanaf 19 maart 2009 (zijnde de datum van dagvaarding).
[gedaagde] wordt als grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordeeld tot betaling van de aan de zijde van Fiducré gevallen proceskosten.
Ten overvloede wordt eisende partij (of haar gemachtigde) erop opmerkzaam gemaakt dat kennelijk bedoeld is de door ING België N.V. (niet: “N.B.”) te Brussel gecedeerde rechtsvordering ten name van de vennootschap naar Belgisch recht “NV Fiducré” (en niet Fiducré NV) aanhangig te maken. Of het thans uit te spreken vonnis ten gunste van Fiducré NV al dan niet ten uitvoer te leggen is, is een kwestie die voor verantwoordelijkheid van de aanlegger van de procedure dient te blijven.
BESLISSING
Veroordeelt [gedaagde] om aan “Fiducré NV” tegen bewijs van kwijting te voldoen de somma van € 1.632,17, vermeerderd met de bedongen rente over een bedrag van € 1.456,81 vanaf
19 maart 2009 tot de datum van algehele voldoening.
Veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Fiducré tot de datum van dit vonnis begroot op € 602,31, waarin begrepen een bedrag van € 300,= aan salaris gemachtigde.
Wijst het meer of anders gevorderde af.
Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.W.M.A. Staal, kantonrechter te Maastricht,
en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken ter zitting van woensdag 12 augustus 2009.