ECLI:NL:RBMAA:2009:BJ9937
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Hillen
- P.J.M. Bruijnzeels
- M.A.H. Span-Henkens
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Eisers ontvingen bijstandsuitkeringen waarbij eiseres als alleenstaande werd aangemerkt, terwijl uit onderzoek bleek dat zij met eiser een gezamenlijke huishouding voerde. Dit leidde tot intrekking en terugvordering van de bijstand over de periode van 1 september 2006 tot en met 31 maart 2007 wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank stelde vast dat de verklaringen van eisers en het onderzoek van de sociale recherche voldoende bewijs leverden dat sprake was van wederzijdse zorg en financiële verstrengeling, waardoor zij als gehuwd in de zin van de WWB moesten worden beschouwd. De door eisers aangevoerde kostgangerovereenkomst werd niet als zakelijk erkend.
Het beroep van eiseres werd deels gegrond verklaard, waardoor het terug te vorderen bedrag werd verminderd en reeds betaalde bedragen werden gerestitueerd. Het beroep van eiser werd gegrond verklaard en het besluit tot terugvordering van eiser werd vernietigd, waarbij de rechtbank zelf het juiste terugvorderingsbedrag vaststelde.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser en wees het beroep van eiseres verder af. Het vonnis bevestigt de toepassing van vaste jurisprudentie omtrent gezamenlijke huishouding en terugvordering bij bijstandsfraude.
Uitkomst: Het beroep van eiser werd gegrond verklaard en het besluit tot terugvordering van eiser vernietigd, terwijl het beroep van eiseres ongegrond bleef.