ECLI:NL:RBMAA:2009:BJ9186
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing gebruik en beheer van echtelijke woning aan moeder na echtscheiding en detentie vader
De zaak betreft een verzoek ex artikel 3:168 BW Pro waarbij de moeder na echtscheiding en detentie van de vader de exclusieve bevoegdheid tot gebruik, genot en beheer van de echtelijke woning vraagt. De vader is veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf en verblijft sinds enige tijd in detentie. De moeder woont sinds het begin van de detentie alleen met de minderjarige kinderen in de woning en draagt zorg voor de lasten.
De rechtbank overweegt dat de belangenafweging primair moet plaatsvinden op grond van billijkheid en met bijzondere aandacht voor het belang van de kinderen. De vader heeft een zelfstandig verzoek ingediend om het gebruik van de woning te regelen, onder meer met het oog op zijn herstel na een geplande operatie.
De kantonrechter acht het belang van de moeder en de kinderen zwaarder dan dat van de vader, mede omdat onduidelijk is wanneer en of de vader verlof krijgt om buiten de inrichting te herstellen, en omdat de moeder sinds lange tijd voor de kinderen zorgt in een stabiele omgeving. Het verzoek van de moeder wordt toegewezen en het verzoek van de vader afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De moeder wordt met uitsluiting van de vader bevoegd tot het gebruik en beheer van de echtelijke woning vanaf 6 november 2009.