ECLI:NL:RBMAA:2009:BJ4888
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- A. Frings
- F.L.G. Geisel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing voorlopige voorziening bouwvergunning Valkenburg
De voorzieningenrechter van de rechtbank Maastricht behandelde het verzoek van Bouwmarkt 2008 Valkenburg B.V. tot opheffing van een voorlopige voorziening die was getroffen bij uitspraak van 10 juni 2008. Deze voorziening betrof de schorsing van een bouwvergunning verleend door het college van Valkenburg aan de Geul op 3 april 2008.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of er nieuwe feiten of omstandigheden waren die aanleiding gaven tot opheffing van de voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat het bouwplan deels binnen de 50-meter contour voor verkeersdoeleinden lag, wat strijdig is met provinciaal en rijksbeleid. Hierdoor kon de vrijstellingslijst van gedeputeerde staten niet worden toegepast en was het college vermoedelijk niet bevoegd om vrijstelling te verlenen op grond van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
Hoewel het college stelde dat het gemeentelijk beleid overeenkomt met het hogere beleid, mocht het zich niet onttrekken aan de verplichting om dit te toetsen. De brief van de minister van Verkeer en Waterstaat waarin geen bezwaar werd gemaakt tegen het bouwplan, kon niet zonder meer leiden tot de conclusie dat er geen strijdigheid meer was. De voorzieningenrechter concludeerde dat het besluit van 4 maart 2009 waarschijnlijk niet in stand zal blijven bij de bodemprocedure.
Daarom was er onvoldoende aanleiding om de voorlopige voorziening op te heffen. Ook was er geen zwaarwegend belang dat maakte dat de hoofdzaak niet kon worden afgewacht. Het verzoek tot opheffing werd dan ook afgewezen en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het bouwplan deels in strijd is met provinciaal en rijksbeleid en het besluit op bezwaar waarschijnlijk niet in stand blijft.