ECLI:NL:RBMAA:2009:BJ2138
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot verbouwing bedrijfsruimte voor doelmatig gebruik zonder zwaarwichtige bezwaren verhuurder
De rechtbank Maastricht behandelde een geschil tussen huurder en verhuurder over de geplande verbouwing van een bedrijfsruimte. De huurder stelde dat de verbouwing noodzakelijk was om te voldoen aan wettelijke eisen en om het economisch nut van het gehuurde te verhogen. Verhuurder voerde verweer en stelde dat de verbouwing niet noodzakelijk was en bouwkundige risico's met zich meebracht.
De kantonrechter oordeelde dat de verbouwing noodzakelijk was voor een doelmatig gebruik van het gehuurde en dat geen zwaarwichtige bezwaren van verhuurder bestonden. Dit werd onderbouwd doordat beide partijen architecten hadden ingeschakeld, er overleg had plaatsgevonden, en de gemeente een bouwvergunning had verleend. De gevreesde bouwkundige risico's, zoals instortingsgevaar, werden daarmee uitgesloten.
Daarnaast werd het bezwaar van verhuurder dat de verbouwing zou leiden tot een gedaanteverwisseling van het pand en waardevermindering verworpen. De toevoeging van een toilet en de uitbreiding naar een cafetaria werden als niet ingrijpend beoordeeld. Ook vrees voor toekomstige financiële claims of technische problemen werden niet als zwaarwegend erkend.
De rechtbank verleende daarom toestemming voor de verbouwing conform de bouwvergunning en wees de gevorderde zekerheden en last tot herstel na afloop van de huurovereenkomst af. In reconventie werd de beslissing aangehouden in afwachting van een huurprijsadvies. De verhuurder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verleent toestemming voor de verbouwing van de bedrijfsruimte omdat deze noodzakelijk is voor doelmatig gebruik en geen zwaarwichtige bezwaren van verhuurder bestaan.