ECLI:NL:RBMAA:2009:BI3117
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs witwassen van kunstverkoopopbrengst
De rechtbank Maastricht behandelde op 21 april 2009 een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van witwassen van ongeveer €156.000, vermeend afkomstig uit een valse consignatie-overeenkomst voor de verkoop van kunstwerken die niet daadwerkelijk in bezit waren of verkocht werden.
De officier van justitie stelde dat verdachte samen met anderen het geld had witgewassen door middel van valse documenten en dat zij wist dat het geld uit een misdrijf afkomstig was. De verdediging voerde aan dat er geen bewijs was van criminele herkomst van het geld en dat er geen onderzoek was gedaan naar de legale vermogenspositie van verdachte.
De rechtbank concludeerde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte het geld had witgewassen of schuldwitwassen had gepleegd. Hoewel de constructie met consignatie-overeenkomsten waarschijnlijk diende om geld te verhullen, ontbraken bankafschriften of andere bewijsstukken die aantonen dat verdachte betalingen had ontvangen. Verdachte kon het geld ook uit een legale bron hebben verkregen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het primair en subsidiair tenlastegelegde witwassen. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer onder voorzitterschap van mr. I.M. Etman.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van witwassen wegens onvoldoende bewijs van criminele herkomst en verhulling van geld.