ECLI:NL:RBMAA:2009:BH6433
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Hillen
- P.J.M. Bruijnzeels
- T.E.A. Willemsen
- Rechtspraak.nl
Herbeoordeling arbeidsongeschiktheidsuitkering en rechtsgeldigheid ingangsdatum herziening
Eiser ontvangt sinds 1996 een WAO-uitkering en werd in 2005 herbeoordeeld met een verlaging van zijn arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100% naar 45-55%. Na bezwaar en eerdere procedures werd verweerder verplicht een nieuw besluit te nemen, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd bleef vastgesteld op 45-55%. Verweerder voerde in 2007 een heronderzoek uit op basis van het oude Schattingsbesluit en stelde eiser per 22 februari 2007 onveranderd voor 45-55% arbeidsongeschikt. Eiser betwistte de ingangsdatum van deze herziening en stelde dat dit willekeurig is en in strijd met het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank overweegt dat de wettelijke bepalingen en beleidsregels, waaronder het Besluit van 29 augustus 2007 en de Wet verhoging uitkeringshoogte arbeidsongeschiktheidswetten, de ingangsdatum van 22 februari 2007 rechtvaardigen. Tevens oordeelt de rechtbank dat verschillen in herbeoordelingsmomenten binnen groepen niet zonder meer willekeurig zijn en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het besluit strijdig is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat het regeerakkoord en de ministeriële brief van 5 april 2007 geen concrete rechten scheppen die door verweerder zijn geschonden. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee de rechtmatigheid van het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen het herzieningsbesluit van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.