ECLI:NL:RBMAA:2009:BH6078
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.J. Udo de Haes
- A.J. Henzen
- Rechtspraak.nl
Machtiging tot verwerping nalatenschap namens minderjarige met Duitse erflater
De zaak betreft een verzoek van een wettelijk vertegenwoordiger om namens haar minderjarige zoon de nalatenschap van diens overleden ouder te verwerpen. De erflater was van Duitse nationaliteit en overleed in Duitsland, terwijl de minderjarige in Nederland woonachtig is.
De Nederlandse kantonrechter is internationaal bevoegd op grond van artikel 8 van Pro Verordening (EG) nr. 2201/2003, omdat de gewone verblijfplaats van het kind in Nederland is. Tevens is op grond van artikel 2 van Pro het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961 Nederlands recht van toepassing.
De kantonrechter constateert dat bevestiging van verwerping van nalatenschap in het Nederlandse recht niet bestaat, maar verleent machtiging aan de wettelijk vertegenwoordiger om namens de minderjarige de nalatenschap te verwerpen. Tevens wordt de verzoekster in de gelegenheid gesteld om een overzicht van baten en lasten met bewijsstukken te overleggen.
De uitspraak is gedaan in een enkelvoudige zitting van de sector kanton van de rechtbank, waarbij de belangen van de minderjarige centraal staan. De machtiging is verleend omdat het saldo van de nalatenschap negatief is, waardoor verwerping in het belang van de minderjarige is.
Uitkomst: Machtiging verleend aan wettelijk vertegenwoordiger om namens minderjarige de nalatenschap te verwerpen.