ECLI:NL:RBMAA:2009:BH4242
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onmiddellijke sluiting growshop wegens aantreffen handelshoeveelheid softdrugs
De exploitant van een growshop in Kerkrade werd geconfronteerd met een besluit van de burgemeester tot onmiddellijke sluiting van zijn winkel voor de duur van zes maanden nadat bij een politieonderzoek circa acht kilogram softdrugs, bestaande uit henneptoppen, hasjiesj en hennepblad, was aangetroffen in de kelder van het pand. Dit werd aangemerkt als een handelshoeveelheid die de gebruikershoeveelheid van vijf gram ruimschoots overschrijdt.
Hoewel de handhavingsmatrix van de gemeente voorschrijft dat bij een eerste overtreding een schriftelijke waarschuwing moet worden gegeven en pas bij een tweede overtreding sluiting volgt, heeft de burgemeester in dit ernstige geval afgeweken van deze beleidsregel. De Centrale Bezwaarschriften- en Klachtencommissie had geadviseerd tot herroeping van het sluitingsbesluit en het geven van een waarschuwing, maar de burgemeester handhaafde het besluit.
De rechtbank oordeelt dat de burgemeester bevoegd was tot bestuursdwang op grond van artikel 13b van de Opiumwet en dat het beleid ruimte laat voor afwijking in ernstige of spoedeisende gevallen. De omvang van de aangetroffen softdrugs en het feit dat de exploitatie van de growshop werd gedoogd onder de voorwaarde van naleving van de Opiumwet, rechtvaardigen de onmiddellijke sluiting. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de onmiddellijke sluiting van de growshop voor zes maanden wordt ongegrond verklaard.