ECLI:NL:RBMAA:2009:BH3552
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Beperking omgangsregeling moeder en minderjarige tijdens uithuisplaatsing
De zaak betreft een verzoek van de moeder om de schriftelijke aanwijzing van de Stichting Bureau Jeugdzorg, die de omgang met haar minderjarige dochter beperkte tot één schriftelijk contact, te laten vervallen. De minderjarige is sinds 7 november 2008 onder toezicht gesteld en geplaatst bij pleegouders. Sinds de uithuisplaatsing heeft de moeder slechts één uur contact gehad met haar dochter op 28 november 2008. De stichting stelde dat het kind na dit bezoek een week nodig had om te herstellen.
Ter zitting bleek dat het bezoek vreedzaam verliep en het kind rustig bleef, ook na bezoeken aan een kinderarts en het consultatiebureau. De kinderrechter oordeelde dat de vergaande beperking van de omgang onvoldoende was onderbouwd en dat de belangen van het kind en de moeder een zekere omgang vereisen om het contact te behouden.
De kinderrechter stelde vast dat het nog onduidelijk is of de minderjarige bij pleegouders blijft of terugkeert naar huis, en dat het belangrijk is dat moeder en kind elkaar kennen. Daarom werd de schriftelijke aanwijzing vervallen verklaard en een omgangsregeling van eenmaal per week een uur vastgesteld. Het verzoek van de moeder tot driemaal per week een uur werd afgewezen als praktisch niet uitvoerbaar. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De schriftelijke aanwijzing tot beperking van omgang wordt vervallen verklaard en er wordt een omgangsregeling van eenmaal per week een uur vastgesteld.