ECLI:NL:RBMAA:2008:BH1235
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens overschrijding redelijke termijn en onvoldoende bewijs diefstal met geweld
De rechtbank Maastricht heeft op 2 december 2008 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van diefstal met geweld samen met een ander in een woning. De zaak kende een langdurige procedurele periode, waarbij de redelijke termijn van artikel 6 EVRM Pro met ongeveer een jaar werd overschreden. De raadsvrouwe verzocht niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wegens deze termijnoverschrijding, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet tot niet-ontvankelijkheid leidt, slechts tot strafvermindering.
Inhoudelijk werd vastgesteld dat verdachte samen met een ander de woning van het slachtoffer zou hebben overvallen met gebruik van geweld. Het bewijs bestond uit aangiften, getuigenverklaringen en DNA-sporen op een bivakmuts die in de woning was gevonden. De verdediging voerde aan dat het signalement van de overvaller niet overeenkwam met verdachte en dat het DNA op de muts niet sluitend bewijs was, mede omdat ook DNA van een ander op de muts was aangetroffen.
De rechtbank concludeerde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte als dader aan te merken, mede gezien de onduidelijkheid over het kenteken van de auto en de verklaring van de getuige die verdachte niet herkende tijdens een fotoconfrontatie. Gezien de vrijspraak was strafvermindering wegens termijnoverschrijding niet relevant. De vordering van de benadeelde partij werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en overschrijding van de redelijke termijn.