ECLI:NL:RBMAA:2008:BH1088
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak dealen, veroordeling voor vervoer en bezit heroïne en cocaïne
De rechtbank Maastricht heeft op 29 augustus 2008 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van drie feiten: het vervoeren van heroïne en cocaïne (feit 1), het aanwezig hebben van heroïne (feit 2) en het dealen van harddrugs (feit 3).
De rechtbank oordeelde dat het bewijs voor feit 1 en 2 wettig en overtuigend was, onder meer gebaseerd op bekennende verklaringen, proces-verbalen en forensisch onderzoek. Het bewijs voor feit 3 was uitsluitend gebaseerd op de verklaring van verdachte, waardoor hij daarvan werd vrijgesproken.
De verdediging voerde aan dat de aanhouding en inbeslagname onrechtmatig waren, met name bij feit 1 en 2. De rechtbank verwierp het bewijsuitsluitingverweer voor feit 1, omdat verdachte toestemming zou hebben gegeven voor het kledingonderzoek. Bij feit 2 werd het onderzoek aan de kleding onrechtmatig bevonden, maar de daaropvolgende fouillering op het politiebureau was rechtmatig, waardoor de aangetroffen heroïne als bewijs kon dienen.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 7 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Tevens werd de voorwaardelijke straf uit een eerdere zaak ten uitvoer gelegd. De in beslag genomen mobiele telefoons en geld werden aan verdachte teruggegeven wegens onrechtmatige inbeslagname.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot 7 maanden gevangenisstraf waarvan 2 maanden voorwaardelijk en vrijgesproken van dealen; inbeslaggenomen telefoons en geld worden teruggegeven.