ECLI:NL:RBMAA:2008:BG9875
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing proceskostenveroordeling bij royement van procedure
In deze civiele zaak aan de Rechtbank Maastricht verzocht eiseres om royement van de procedure tegen gedaagden, welke laatstgenoemden accepteerden. Gedaagden vorderden vervolgens vergoeding van proceskosten, ondanks het ontbreken van een in het ongelijk gestelde partij. De rechtbank overwoog dat volgens de artikelen 237 en 238 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering alleen een in het ongelijk gestelde partij kosten kan worden opgelegd.
Omdat partijen in persoon procedeerden en geen regeling troffen over proceskosten, en gedaagden geen concrete gronden of kosten specificeerden, werd hun vordering afgewezen. De procedure werd doorgehaald zonder kostenveroordeling.
De uitspraak benadrukt dat bij royement partijen zelf verantwoordelijk zijn voor afspraken over kosten en dat de rechter alleen bij een in het ongelijk gestelde partij kosten kan toewijzen. Dit voorkomt onredelijke proceskostenveroordelingen bij beëindiging van procedures met wederzijds goedvinden.
Uitkomst: Vordering van gedaagden tot vergoeding van proceskosten wordt afgewezen en procedure wordt doorgehaald zonder kostenveroordeling.