ECLI:NL:RBMAA:2008:BG9873
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overschrijding redelijke termijn bij Wet Mulder boete
Betrokkene stelde beroep in tegen een boete opgelegd wegens overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom met 9 km/h. Het beroep werd tijdig ingesteld en de betaling van de sanctie was verzekerd binnen de wettelijke termijn. Betrokkene verscheen niet op de zitting, vertegenwoordigd door zijn raadsman.
De kern van het geschil betrof de vermeende overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, waarbij werd aangevoerd dat de periode tussen de ontvangstbevestiging van het beroep en de oproeping voor de zitting langer dan twaalf maanden was. De verdediging ondersteunde dit met een arrest van het Gerechtshof Leeuwarden.
De rechtbank oordeelde dat de termijn van twaalf maanden niet was overschreden, aangezien de oproeping voor de zitting binnen deze termijn was verzonden. De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Hoge Raad dat bij overschrijding matiging van de boete passend is, maar dat dit hier niet aan de orde was. Het beroep werd ongegrond verklaard en de proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de Wet Mulder-boete wordt ongegrond verklaard en de boete wordt gehandhaafd.