ECLI:NL:RBMAA:2008:BF8867
Rechtbank Maastricht
- Kort geding
- A.J. Hazen
- Rechtspraak.nl
Schorsing executie en lijfsdwang bij alimentatiegeschil na echtscheiding
Partijen zijn in 1973 gehuwd en sinds 2001 gescheiden. De echtscheiding is uitgesproken in december 2007. De vrouw vordert alimentatie en heeft op grond van een beschikking van december 2006 en een vonnis van juni 2008 executoriaal derdenbeslag gelegd en lijfsdwang gevorderd wegens achterstallige alimentatie.
De man, directeur en aandeelhouder van twee vennootschappen, stelt dat hij niet kan betalen vanwege gebrek aan draagkracht en heeft verzocht de executie te schorsen. Hij overlegt financiële stukken die volgens hem aantonen dat hij niet in staat is alimentatie te voldoen. De voorzieningenrechter oordeelt dat de man onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet kan betalen en dat de vrouw een groot belang heeft bij de uitvoering van de alimentatieverplichting.
De rechtbank overweegt dat lijfsdwang een zwaar middel is maar in dit geval gerechtvaardigd, omdat andere executiemiddelen niet effectief zijn gebleken. De man heeft geen overtuigend bewijs geleverd van een kennelijke misslag in eerdere vonnissen of van een noodtoestand die onmiddellijke executie zou verhinderen. De vordering tot schorsing van de executie wordt daarom afgewezen en de man wordt veroordeeld in de kosten van de procedure.
Uitkomst: Verzoek man tot schorsing executie en lijfsdwang wordt afgewezen; vrouw mag alimentatie via lijfsdwang innen.