ECLI:NL:RBMAA:2008:BF4321
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing woonvoorziening op grond van overgangsrecht Wvg-WMO
Eiser heeft op 18 juli 2006 een aanvraag ingediend voor een woonvoorziening in de vorm van een indicatie voor verhuizing naar een rolstoelgeschikte gelijkvloerse woning. Deze aanvraag is op 10 november 2006 afgewezen op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg). Tegen dit besluit is op 24 november 2006 bezwaar gemaakt. In 2007 heeft de gemeente Maastricht een nieuw besluit genomen, waarbij het primaire standpunt van afwijzing werd gehandhaafd, maar nu op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO).
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 40, derde lid, van de WMO de overgangsregels bepalen dat tegen besluiten genomen op grond van de Wvg bezwaar moet worden behandeld op grond van de Wvg. Omdat het primaire besluit op 10 november 2006 op grond van de Wvg is genomen en het bezwaar op 24 november 2006 is ingediend, had het bezwaarbesluit op de Wvg moeten worden gebaseerd. Dit is niet gebeurd, waardoor het bestreden besluit formeel onjuist is.
Daarnaast heeft eiser verzocht om overlegging van medische stukken die ten grondslag liggen aan de advisering. De gemeente kon niet alle onderliggende stukken overleggen, met name die van de revalidatiearts ontbraken, terwijl eiser geen bezwaar maakte tegen het delen van deze medische gegevens. Hierdoor is niet voldaan aan de verplichtingen uit artikel 8:42 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waardoor de rechtbank het besluit niet volledig kan beoordelen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt de gemeente op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar. Tevens veroordeelt de rechtbank de gemeente tot vergoeding van griffierecht en kosten van rechtsbijstand aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de gemeente wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.