ECLI:NL:RBMAA:2008:BD8933
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.H.M.J. van Hövell tot Westerflier
- Rechtspraak.nl
Bescherming niet handelende echtgenoot bij verlenging effectenleaseovereenkomst
De zaak betreft een geschil over effectenleaseovereenkomsten die door eiser zijn gesloten zonder schriftelijke toestemming van zijn echtgenote, zoals vereist in artikel 1:88 lid 3 BW Pro. Eiser stelt dat deze overeenkomsten vernietigbaar zijn en dat zijn echtgenote deze buitengerechtelijk heeft vernietigd.
De rechtbank overweegt dat de oorspronkelijke overeenkomsten niet tijdig zijn vernietigd, omdat de verjaringstermijn van drie jaar was verstreken. Echter, de verlengingen van deze overeenkomsten brengen een verzwaring van verplichtingen met zich mee, waardoor een nieuwe zelfstandige verjaringstermijn begint te lopen. Hierdoor kan de niet handelende echtgenoot de nietigheid van de verlengingen wel inroepen.
De rechtbank wijst het beroep van de gedaagde af dat het ontbreken van schriftelijke toestemming slechts leidt tot het vervallen van het eigendomsvoorbehoud en niet tot nietigheid van de gehele overeenkomst. De ratio van artikel 1:88 BW Pro is immers de bescherming van de niet handelende echtgenoot tegen vermogensrechtelijke gevolgen.
De rechtbank bepaalt dat de buitengerechtelijke vernietiging van de verlengingen rechtsgeldig is en dat de gedaagde wordt toegelaten om de financiële gevolgen hiervan inzichtelijk te maken. De zaak wordt aangehouden voor verdere behandeling van de financiële afwikkeling.
Uitkomst: De buitengerechtelijke vernietiging van de verlengingen van de effectenleaseovereenkomsten is rechtsgeldig, maar niet die van de oorspronkelijke overeenkomsten.