ECLI:NL:RBMAA:2008:BD8739
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst wegens gebrek aan gewichtige redenen
De kantonrechter behandelde een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een werknemer bij een besloten vennootschap. De werknemer verzocht primair ontbinding wegens een verstoorde arbeidsrelatie met toekenning van een schadevergoeding van €134.559,57. Subsidiair verzocht hij ontbinding per 1 augustus 2008 met vergoeding conform de CAO.
De werkgever betwistte de verstoorde arbeidsrelatie en stelde dat het ontslag uitsluitend bedrijfseconomisch was ingegeven. De kantonrechter stelde vast dat de financiële situatie van de werkgever zeer slecht was en dat de arbeidsovereenkomst met inachtneming van de opzegtermijn was opgezegd. Er was onvoldoende bewijs voor een verstoorde arbeidsrelatie.
De kantonrechter oordeelde dat het verzoek ontvankelijk was, maar dat het doel niet lag in het op korte termijn beëindigen van de arbeidsovereenkomst, maar in het verkrijgen van snel duidelijkheid over een vergoeding. Dit rechtvaardigde geen ontbinding. De weg van artikel 7:681 BW Pro met meer proceswaarborgen stond open voor vergoeding. Het verzoek werd afgewezen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens gebrek aan gewichtige redenen.