ECLI:NL:RBMAA:2008:BD2371
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening intrekking horeca-exploitatievergunning wegens niet voldoen aan zedelijkheidseisen
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester van Heerlen om de horeca-exploitatievergunning van verzoekster sub 1 in te trekken omdat verzoeker sub 2, als leidinggevende, niet voldoet aan de zedelijkheidseisen uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet 1999.
De voorzieningenrechter overweegt dat de intrekking van de vergunning gebaseerd is op twee transacties wegens rijden onder invloed die verzoeker sub 2 heeft betaald, waardoor hij niet meer voldoet aan de zedelijkheidseisen. Hoewel verweerder ten onrechte verzoeker sub 2 als ondernemer heeft aangemerkt in plaats van verzoekster sub 1, kan dit gebrek in de bezwaarprocedure worden hersteld.
Verder oordeelt de voorzieningenrechter dat het besluit niet in strijd is met het vertrouwensbeginsel en geen sprake is van détournement de pouvoir. De stelling dat de APV niet bevoegd is om zedelijkheidseisen op te nemen voor alcoholvrije horeca-inrichtingen is onvoldoende onderbouwd.
Gelet op het dwingende karakter van de wettelijke bepalingen en het ontbreken van een spoedeisend belang wijst de voorzieningenrechter het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de intrekking van de horeca-exploitatievergunning wordt afgewezen.