ECLI:NL:RBMAA:2008:BD0565
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak van moord en geweldsdelicten wegens onvoldoende betrouwbaar bewijs bij kwetsbare verdachte
Op 30 juli 2004 werd het slachtoffer dood aangetroffen in haar keuken bij haar brillenzaak in Landgraaf. Verdachte werd beschuldigd van moord en medeplegen van geweldsdelicten. Het bewijs bestond voornamelijk uit verklaringen van verdachte en medeverdachte, die kwetsbaar en beïnvloedbaar bleken te zijn.
Deskundigen stelden vast dat de verhoren onrechtmatig waren door sturende en suggestieve technieken, wat de betrouwbaarheid van de verklaringen ernstig ondermijnde. Technisch bewijs, zoals DNA- en bloedsporen, wees niet overtuigend naar verdachte. Er waren ook inconsistenties en onjuistheden in de verklaringen, die niet strookten met het sporenbeeld of de plaats delict.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen onvoldoende accuraat en volledig waren en dat het ontbreken van aanvullend bewijs zware eisen stelt aan de bewijswaarde. Medeplegen kon niet worden bewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor nauwe samenwerking. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten en hechtte het bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende betrouwbaar bewijs en onbetrouwbare verklaringen.